Op 27 augustus stierf Ratko Mladić terwijl hij een levenslange gevangenisstraf uitzat in het VN-detentiecentrum in Den Haag. De Servische generaal, ook wel bekend als de ‘slager van Bosnië’, was verantwoordelijk voor het ergste bloedbad in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog en werd door het Internationaal Strafhof veroordeeld wegens genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Toen het nieuws van zijn dood naar buiten kwam, kwam de meest opvallende, hoewel niet verrassende, reactie uit zijn thuisland Servië. 

  

Een revisionistisch heldenverhaal als campagnemiddel 

De Servische minister van Justitie, Vujić, verklaarde al snel dat Mladić alle staats- en militaire eer zou krijgen die hij verdient. Een deel van de Servische bevolking ziet Mladic nog steeds als een held die de Serviërs verdedigde in tijden van oorlog. President Vučić reageerde voorzichtiger en zei dat de regering nauw contact onderhoudt met de familie van Mladić en dat hun wensen het belangrijkst zijn. 

President Vučić wil aan de ene kant zijn ultranationalistische aanhangers tevreden houden door de dood van de door velen geliefde generaal te gebruiken als groots moment van eer en verheerlijking, vooral met het oog op de komende verkiezingen. Aan de andere kant realiseert hij zich dat de verhouding met de Europese Unie alleen maar zal verslechteren als een genocidale oorlogsmisdadiger wordt geëerd, wat het toch al vastgelopen toetredingsproces tot de EU verder zal vermoelijken. 

Maandag zagen we Vučić’ zwakke poging tot compromis: geen officiële staatsbegrafenis, maar een militaire begrafenis met soldaten, medailles en ceremoniele saluutschoten. Hoewel Vučić zelf niet aanwezig was, waren hoge ambtenaren van de regering, waaronder Vujić, wel aanwezig. Dit is echter geen verrassing, aangezien het lichaam van Mladić per regeringsvliegtuig werd ingevlogen en werd verwelkomd in een kist gewikkeld in de nationale vlag, allemaal uitgezonden op de door de staat gesteunde zender Informer. De zogenaamde ‘niet-staatsbegrafenis’ maakt pijnlijk duidelijk hoe de verheerlijking van het gruwelijke verleden van Servië diep geworteld is in de ultranationalistische regering. Vučić profiteerde van de media-aandacht op de dag van de begrafenis en kondigde aan dat de vervroegde verkiezingen waarschijnlijk op 25 oktober zullen plaatsvinden. 

Kortom, de begrafenis was in alle opzichten een staatsbegrafenis, behalve de naam. Een EU-woordvoerder beweerde echter dat Mladic zonder staatseer werd begraven, wat haar op veel kritiek kwam te staan. Het laat zien dat de EU nog altijd worstelt om actie te ondernemen tegen de toenemende verheerlijking door Servië van verschrikkingen uit het verleden. 

   

Kritische Servische geluiden 

De sociaaldemocratische oppositiepartij SSP reageerde op de dood van Mladić dat niemand die dergelijke oorlogsmisdaden heeft begaan een rolmodel mag zijn voor toekomstige generaties. De partij roept de regio op om het verleden onder ogen te zien en respect te betuigen aan de slachtoffers. Een andere oppositiepartij, ZLF, zegt dat de dood geen einde maakt aan de verantwoordelijkheid voor de gepleegde oorlogsmisdaden en roept de regering op om elke verheerlijking van Mladic te voorkomen. De Servische maatschappelijke organisatie Academy for Democratic Development (ADD) noemde de genocideverheerlijking van de regering ‘schandalig en beschamend’. Volgens de organisatie is het regime van Vučić trots op dat verleden en ‘bouwt het er actief zijn politieke platform op’. 

Weinig andere oppositiepartijen of civil society organisaties spraken zich uit over de de facto staatsbegrafenis. De afgelopen jaren is de regering overgegaan van het ontkennen van de genocide naar het ronduit vieren en verheerlijken van het verleden. Het frame is vaak dat degenen die veroordeeld zijn voor oorlogsmisdaden helden waren die de Serviërs verdedigden, in plaats van de agressor te zijn. Onderdrukt door angst en jarenlange propaganda in het onderwijs en de door de staat gecontroleerde media, is het nu gevaarlijk geworden voor Servische journalisten en maatschappelijke organisaties om kritische stemmen te laten horen. 

  

Geen woorden, maar daden 

De EU moet de begrafenis van de held zien voor wat het werklijk is: een opportunistische aanwakkering van nationalisme in campagnetijd. Hoewel uitbreidingsommissaris Marta Kos haar reis naar Servië komende vrijdag heeft geannuleerd en de verheerlijking heeft veroordeeld als ‘onverenigbaar met de waarden waarop het EU-pad is gebouwd’, moet er meer actie worden ondernomen. De S&D roept de EU op om de verzoening te beëindigen en Vučić ter verantwoording te roepen. De Groenen/EFA veroordelen de verheerlijking van veroordeelde oorlogsmisdadigers en roepen de EVP op voor hun aansluiting bij de SNS-partij van Vučić

Net als uitbreidingscommissaris Kos moet von der Leyen tijdens haar aankomende reis naar de Balkan niet Servië bezoeken. Juist in campagnetijd is het van cruciaal belang dat Vučić geen persmomenten krijgt om de schending van mensenrechten te verbloemen. Vučić is bereid de weg tot EU-toetreding geduldig te bewandelen, in afwachting van meer nationalistisch-conservatieve bondgenoten onder de EU-lidstaten, zoals Frankrijk en Duitsland. Streng verwoorde veroordelingen zijn niet voldoende, de EU moet in actie komen. 

Zolang er geen sprake is van rechtvaardigheid voor de nabestaanden en verzoening met de regio, heeft Servië geen plaats in de Europese gemeenschap gebouwd op democratische waarden. Men moet de wreedheden uit het verleden onder ogen zien en respect tonen voor de slachtoffers, in samenwerking met de andere voormalige Joegoslavische landen in de regio. Het is aan de nieuwe generatie – zoals de protesterende studenten – om een democratisch en vrij Servië op te bouwen dat bereid is van het verleden te leren. De EU heeft de verantwoordelijkheid om democratische bewegingen te steunen en zo het maatschappelijk middenveld in Servië weer op te bouwen.