Kort na Kerst sloten winkeleigenaren in Teheran hun deuren uit protest nadat de waarde van de nationale munt dermate sterk was gedaald dat zij nog maar nauwelijks producten konden in- en verkopen. Vanaf 28 december groeiden deze acties uit tot een van de grootste en bloedigste protestbewegingen die Iran in jaren heeft gekend. Duizenden mensen gingen in meer dan tweehonderd steden de straat op met een duidelijke boodschap: er moet een einde komen aan de Islamitische Republiek.

Als het aan de demonstranten ligt komt het tijdperk van Iran onder het regime van geestelijk leider Ayatollah Ali Khamenei en zijn machtselite ten einde. Erg lang konden ze hun boodschap niet uitdragen: enkele dagen nadat de protesten waren uitgebroken heeft de overheid de demonstraties met veel agressie en dodelijk geweld de kop ingedrukt. Volgens de Amerikaanse NGO Human Rights Activists News Agency zijn er 7,003 dodelijk slachtoffers gevallen tijdens de protesten, TIME Magazine sprak eerder over meer dan 30,000 doden. Ondanks de grootte van de protesten is er van regimeverandering (nog) niets terechtgekomen. 

Historische achtergrond van het Iraanse regime

Al sinds de Islamitische Revolutie van 1979 die het autoritaire bewind van Sjah Mohammad Reza Shah Pahlavi ten val bracht verschijnt het land regelmatig in het nieuws vanwege onrust op straat. De Sjah werd in 1953 opnieuw geïnstalleerd als leider van Iran na Operatie Ajax, een staatsgreep georganiseerd door de CIA en de geheime dienst van het Verenigd Koninkrijk, welke de democratisch verkozen president omverwierp. De motieven van de VS en VK waren zowel economisch (toegang tot olie), als geopolitiek (tegengaan van invloed van de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog), en de interventie staat bekend als één van de meest controversiële interventies in de recente geschiedenis van het Amerikaanse buitenlandbeleid.

Operatie Ajax

Na de Islamitische Revolutie werd Ruhollah Khomeini ayatollah van Iran, waarmee hij de machtigste persoon binnen het Iraanse politieke systeem werd. Ayatollah Khomeini wist in het machtsvacuüm te springen nadat de Sjah was gevlucht naar de VS. Hij was vooral succesvol omdat zijn beweging beter georganiseerd en zichtbaarder was dan andere oppositiegroepen die tijdens de revolutie actief waren. Hierdoor kon hij zich presenteren als hét gezicht van de revolutie en werd hij met grote steun verwelkomd als die nieuwe leider van Iran. Echter, al snel bleek dat onder zijn leiding politieke alternatieven systematisch werden onderdrukt en dat Iran veranderde in een theocratie waarin afwijkende opvattingen zwaar werden bestraft.

Na zijn dood in 1989 werd hij opgevolgd door Ali Khamenei. Onder zijn leiding zagen Iraniërs hun economie verder stagneren terwijl hun vrijheden en rechten hun steeds meer afgenomen werden. Mensen die zich uitspreken voor mensenrechten riskeren gearresteerd te worden, lange gevangenisstraffen, marteling en zelfs executie. Het regime van Khamenei staat erom bekend op deze manier te werk te gaan om critici het zwijgen op te leggen en angst te zaaien zodat anderen zich niet durven uit te spreken.

“ Een terugkerend patroon van protest en onderdrukking ”

Toch riskeren duizenden Iraniërs telkens opnieuw hun leven door de straat op te gaan om politieke verandering af te dwingen, maar tot nu toe hebben deze protesten hun doel nooit bereikt. Tijdens de demonstraties in 2009 (verkiezingsfraude), 2017 (onvrede over economisch beleid), 2019 (stijgende benzineprijzen) en 2022 (Woman, Life, Freedom) vielen samen meer dan duizend doden. Hoewel deze protesten internationaal tot meer aandacht voor Iran zorgen, leidden ze niet tot concrete politieke hervormingen. Steeds weer worden demonstraties met hard geweld neergeslagen door de Islamitische Revolutionaire Garde (IRG), gevolgd door massale arrestaties, waarna de protestbeweging uiteindelijk afzwakt. De IRG is een militaire organisatie die de taak heeft de ideologische principes van de Islamitische Revolutie te bewaken. Zij staat los van het Iraanse leger en gehoorzaamt direct aan de wensen van de ayatollah. Zodra de ayatollah uitspreekt dat demonstranten aangepakt moeten worden grijpt de IRG met veel geweld in. 

De recente escalatie en internationale reactie

Nadat Ayatollah Khamenei de demonstranten die vorige maand de straat opgingen bestempelde als ‘relschoppers’, liet de reactie van de IRG niet lang op zich wachten. Vanwege de ongekende omvang van de protesten koos de IRG ervoor het internet plat te leggen. Dit om te voorkomen dat beelden van hun harde optreden de buitenwereld bereikten, maar ook zodat demonstranten zich niet konden organiseren. De beelden die desondanks naar buiten sijpelden schetsten een grimmig beeld: straten bevlekt met bloed, veiligheidstroepen die met scherp schoten op demonstranten, en rijen lijkzakken die zich opstapelden in lijkhuizen. 

114188

 

Het extreme geweld tegen de demonstranten leidde ertoe dat president van de Verenigde Staten, Donald Trump, via zijn sociale media platform TruthSocial liet weten dat er hulp voor de demonstranten onderweg was. Wat hierop volgde was dat hij de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio verhoogde door vliegdekschip USS Abraham Lincoln en een vloot oorlogsschepen naar de Perzische golf te sturen. Daarna sprak hij met dreigende taal om de Iraanse autoriteiten naar de onderhandelingstafel te dwingen. 

Diplomatieke onderhandelingen en de positie van de EU

Op het moment vinden er op verschillende locaties diplomatieke onderhandelingen plaats tussen de Verenigde Staten en Iran. Deze gesprekken richten zich echter voornamelijk op het beperken van Irans nucleaire programma, terwijl de eisen van demonstranten nauwelijks aandacht krijgen. Mensenrechtenkwesties en de behandeling van demonstranten lijken zo naar de achtergrond te verdwijnen.

Kunnen de Iraniërs dan op steun van de Europese Unie (EU) rekenen, die zichzelf profileert als hoeder van menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en mensenrechten? Hoewel de EU haar solidariteit met de demonstranten heeft uitgesproken, lijken de middelen om daadwerkelijk druk uit te oefenen beperkt. Zo werd de IRG op de lijst van terroristische organisaties geplaatst en werden aanvullende sancties ingesteld tegen Iraanse functionarissen en instellingen. Dit betekent dat zij de EU niet meer kunnen binnenkomen, hun tegoeden in de EU worden bevroren en samenwerking met Europese bedrijven verboden is. Er is goede grond om af te vragen of deze maatregelen de Iraanse autoriteiten tot verandering toe zet en niet enkel symbolisch is. Het regime van Iran opereert grotendeels onafhankelijk van de EU en is bovendien al tientallen jaren gewend aan zware internationale sancties. Het regime heeft zijn aanpak van mensenrechten hierop nog nooit aangepast. Daarmee lijken vooral de Verenigde Staten, vergeleken met de EU, de speler met de meeste middelen om echt druk uit te oefenen.

De paradox van steun, geopolitiek en verandering

Het resultaat is een paradoxale situatie: terwijl demonstranten hun leven riskeren om verandering af te dwingen, verschuift de internationale aandacht vooral naar strategische en veiligheidsbelangen, met name het nucleaire programma van Iran. De protesten lijken daardoor vooral als een extra drukmiddel in geopolitieke onderhandelingen te functioneren, terwijl de demonstranten zelf weinig directe steun ontvangen.

Dus, is deze protestgolf wezenlijk anders dan eerdere bewegingen? Op basis van het historisch patroon lijkt het antwoord voorlopig negatief. Net als eerdere protesten zijn de demonstraties hard onderdrukt en blijft buitenlandse politiek terughoudend in het daadwerkelijk ondersteunen van de roep van het steeds groter wordende aantal demonstranten.

Wat wel duidelijk wordt, is dat elke nieuwe golf van protesten de zichtbaarheid van interne onvrede vergroot en de legitimiteit van het regime verzwakt. Of dit uiteindelijk voldoende is om structurele verandering af te dwingen, blijft onzeker. Eén ding staat wel vast: de roep om verandering is niet verdwenen.